Gaza Schuilen

Twee CorAaltjes, twee gedichten waarin deze vijf woorden zijn verwerkt: Hoeder, Nieuws, Open, Sliep/slaap, Vuur.
Aaltje schreef:

 

Gaza

 

‘Ik wacht bij het vuur,’
zei ik. Zo gezegd
zo gedaan. Als lopend nieuws
schopte dat zinnen open,
puur en oprecht.
Elke nieuw woord werd hoeder
van een andere taal.
Maar helaas, ik sliep, broeder,
Zo dat het allemaal
werd misverstaan
waardoor de brand woedde.

 

En ik schreef deze:

 

Schuilen

 

Klokslag acht golft het nieuws als
brandende lava mijn huiskamer binnen en
verschans ik me achter mijn oogleden
verban rampen naar de coulissen van
mijn bestaan, slaap onschuldig tot sirenes
toch mijn ogen open dwingen en ik
verstijfd tuur naar een ziedend vuur.

 

Doe ze maar weer dicht
sust de hoeder van mijn hart
en blust mijn blinde paniek.

 

 

7-6-2024

Weg niet weg

Ik dacht dat je dood
gelijk was aan het wegvagen van
jou uit mijn hoofd mijn hart mijn leven

 

Ik dacht dat je dood
gelijk was aan het vergeten van
je stem je warme handen je gulle geven

 

Ik dacht dat je dood
gelijk was aan het verdwijnen van
je onstuitbare verhalen je drentelend dralen

 

Ik dacht dat je dood
gelijk was aan het uitwissen van
ons lang en gelukkig leven

 

Maar zie onze zonen
ze komen uit ons en raken
steeds meer los van ons

 

in hun stem hoor ik jouw stem
in hun lach echoot jouw lach
in hun blik groeit een ander samen

 

je bent niet weg
je blijft

 

 

1-6-2024

Niet echt – Feestverschijning

Eergisteren vierden Aaltje en ik dat we nu samen 160 zijn.
Met verrukkelijke aardbeienvlaai.
En besloten vervolgens dat we gewoon doorgaan met dichten.
Dit zijn de vijf woorden uit de eerste ronde (willekeurig geplukt uit ‘De goede zoon’ van Rob van Essen) die we elk verwerkten in een gedicht, een CorAaltje: Feestverschijning, Straten, Tijd, Vanzelf, Slaap.

Deze creëerde Aaltje:

 

Niet echt

 

Vanzelf val ik in slaap
Weer heb ik van die grote dromen
waarin verlangende paarden steigeren
een echo uit verleden tijd,-
het kleeft aan muren in de straten.
Gevangen als feestverschijning
draaf ik mee in glitter en gloed
vol pronkjuwelen behangen.
Zo ben ik niet klaag ik voortgedreven.
Zelfs niet in een droom.

En dit rolde er uit mijn toetsen: 

 

Feestverschijning

 

Doelloos dwalend door de straten
van de stad waar ik ooit kind was
zie ik haar, op haar knietjes bij de

 

stoeprand, tongpuntje uit haar mond
schuift haar gebogen wijsvinger de
knikkers behendig naar de pot.

 

ik weet niet of ik waak of slaap maar
de tijd staat stil, ik zie mezelf in haar
wereld en juich als vanzelf: gewonnen!

 

29-5-2024

Waarheid Nostalgiemuseum

In de tweede ronde van onze laatste dichtsessie kozen we willekeurig deze vijf woorden en verwerkten die in een gedicht:
Zware, Bepalingen, Museum, Waarheid, Nostalgisch.
Dit is Aaltjes gedicht met die woorden:

 

Waarheid

 

Museum, huis van nostalgie.
Waar zielenwaarheid hangt of staat
in onbetaalbaar zware donkerte
samen met maanverlichte gouddukaten,
perfect en afgewogen uitgebeeld.
Gedoodverfde bepalingen gelden.

 

Ik wil wel directeur zijn.
Dan toon ik nostalgisch lege muren
met nieuwe kleren van de keizer.

 

 

En dit maakte ik met die woorden:

 

Nostalgiemuseum

 

 

Ergens tussen vroeger en vandaag
ligt een omfloerste schatkamer

 

behangen met fluwelen lichtheid
zonder beperkende bepalingen wars

 

van wetten en vol van een onbevangen
kostbaar voorbij maar nooit vergeten

 

een klein en veilig heiligdom onvindbaar
voor wie nooit omziet, waar zwaarte
niets weegt en waarheid niets waard is

 

 

13-5-2024

Lotgenoten, twee CorAaltjes

Aaltje en ik deden onlangs weer een mooie dichtsessie.
Deze keer kozen we vijf willekeurige woorden uit een boek van Ilja Leonard Pfeijffer: Grand-Hotel Europa.
Deze woorden verwerkten we allebei in een gedicht:
Lotgenoten, Minstens, Even, Liefdevol, Nadenken.

 

Aaltje schreef dit gedicht:

 

Lotgenoten bij brood,
minstens een bed een tafel.
Oorlog. Oorlog. Oorlog.
Dood aan:
Joden, Palestijnen
Russen, Syriërs,
Irakezen, Iraniërs,
Koerden. Wat even. Wie volgt?
Haat en wraak, wraak en haat.
Vluchten kan niet meer.
Opgesloten.

 

Weggejaagd worden.
Dit koud kikkerland
Deze door jou nooit
begroete onbekenden.
Niet verstaan,
gewoon, lotgenoten,
een tent, minstens brood,
een tafel en een bed.
Even nadenken.
Even liefdevol
Even liefdevol nadenken.

 


Dit is mijn gedicht:

 

Lotgenoten

 

Altijd eerst aarzelen zal ik wel
of niet of zijdelings of heel even

 

bang opkijken een knikje krijgen
een liefdevol lachje vangen en dan

 

hakkelen stamelen haperen maar
het lukt minstens een minuut

 

zonder nadenken of dit wel kan
moet mag en hoezo durf ik dit

 

stotter ik over jou over mij over ons over
toen en over hoe we ondanks alles

 

toch
samen

 

 

8-5-2024

Dans

Onschuld oefenen, verbaasd wenkbrauwen optrekken
handen spreiden in onbegrip, verbijsterd rondkijken
vaagpraat stamelen, vaak, heel vaak, sorry zeggen

 

Vanuit een ivoren toren verhalen afvuren in het publiek
wijzende vingers ontwijken, onweerlegbare feiten ontkennen
met wik- en weegwoorden langs de waarheid glijden

 

Rampen verpakken in simpele sprookjes of ze opblazen
tot horrorverhalen, censuur verzwijgen, zorgelijk
kijken, vragen omzeilen tot ze vanzelf verstommen

 

Of: blaas rookgordijnen losjes aan flarden, ontmantel
onzinargumenten, veeg de vloer aan met loze beloftes
goochel met apekool, zoek de ruimtes tussen walgwoorden

 

en ontsluit die voorzichtig, zoek gelijken en groet
de zachte krachten in elkaar, omarm ze met warme
harten, versmelt in mededogen en

 

dans

 

 

september 2022 in het kader van de cursus Dichten voor gevorderden
maar zo actueel …

Langzaam voorwaarts – Bouquet

Vorige week kozen Aaltje en ik weer vijf willekeurige woorden, deze keer uit ‘De goede zoon’ van Rob van Essen, en verwerkten die in een gedicht. Dit waren de vijf woorden:
Iemand, Baseren, Destijds, Minzaam, Jaargetijde. 
Aaltje creëerde dit gedicht met die woorden:

 

 

langzaam voorwaarts

 

 
iemand, ik was’t, fluisterde destijds
terwijl ik langzaam voorwaarts trad:
ik kan niets meer baseren dat
nog duidt op minzaamheid, of iets
wat suggereert dat weids

 

het voorjaar, zomer herfst bereids
mij winters dwars door sneeuw en ijs
nog tijd bereidt.- tijd die zoals ik, verslijt.
wijs mij maar niet op alle jaargetijden
zij zullen ook na mij verglijden

 

in mijn minzaam aanvaarde sterven,
heb ik geen echte zeggenschap…
sta, tijd, nog maar een oogwenk stil;
doch als de zeis komt met zijn rotklap
ik die het liefst in ’t voorjaar wil

 

En zo verwerkte ik de woorden:

 

Bouquet

 

Destijds verslond ze bloemrijke boekjes over smachtende
maagden die vielen voor minzaam mansplainende
macho’s met slaapkamerogen, ridders op schimmels
die hare hulpeloosheden redden van rampen waarna ze
aan hem vast geketend levenslang gelukkig waren

 

Vele jaargetijden baseerde ze haar liefdesleven op
dit hopeloze sprookje tot de dag dat iemand haar
aankeek en de tijd stil stond. Niets aan hem klopte
maar zijn stem en zijn handen verjaagden alle
dwaze dromen. Niet levenslang, maar lang genoeg

 

2-3-2024

Overzee – Voorjaarsschoonmaak

Gisteren, op de valreep van januari, deden we weer een dichtsessie. Deze vijf willekeurige woorden kozen we en verwerkten we in een gedicht:
Vaart, Slaapkamer, Verwijderd, Middag, Pijn
Zo verwerkte Aaltje ze in haar gedicht:

 

 

Overzee

 

Overzee vaart mijn lief
met haar schip. Het ruim
geladen met pijn en schuim.
Hoe schuilende gekwetstheid
de golvende middag verdort door
misvatting, ontkenning en grief.
Onze slaapkamer kooi wordt
waar wolven met wolven huilen.
Hoe haar ziel zich van mij
verwijdert als nachtelijke dief.
Overzee vaart mijn lief…

 

 

En dit is mijn gedicht met die woorden:

 

Voorjaarsschoonmaak

 

Vanmorgen met frisse moed
spinsels verwijderd uit mijn
binnenkamer, vanmiddag in
sneltreinvaart overjarige weckflessen
vol oud zeer in de glasbak
gesmeten, vanavond vastberaden
de slaapkamer pijnvrij gedweild

 

In de nacht verovert stilte de
leegte, ik versier hem met
vrijgekomen energie en
verzamelde zonnestralen

 

 

30-1-2024