Verrechtsing

Op een zondagmorgen, drie weken na mijn rugoperatie, weet ik bij het wakker worden: ik wil mijn vleugels weer uitslaan: naar boven en naar buiten.
Ergotherapeut Suus gaat enthousiast mee in mijn plannen en oppert mogelijkheden om me met maatwerk hulpmiddelen naar boven en naar buiten te krijgen.
Natuurlijk wel op voorwaarde dat fysiotherapeut Joris akkoord gaat.
Maar warempel, zelfs hij knikt goedkeurend als hij mijn vorderingen ziet. Wat heet, hij maakt zelfs grapjes: ik ga met sprongen vooruit.

 

Groen licht dus aan alle kanten.
Tot ik een paar dagen later op de grond val.
En een dag later net niet omdat Brenda me op tijd opvangt.
Gelukkig krabbel ik beide keren zonder noemenswaardig letsel weer overeind.

 

Maar de schrik zit er goed in: wat heb ik fout gedaan?
Ik peins en pieker en besef dat ik beide keren zonder nadenken op mijn linkerbeen was gaan staan en het zelfs had willen draaien.
Iets waar dat been nog even een broertje aan dood heeft.

 

Ik vraag Martha, geroutineerd ervaringsdeskundige in eigenwijze linkerbenen, om raad, waarna dit onvergetelijke gesprekje volgt:
‘Ben jij links?’
Ja, helemaal.
‘Dan neemt jouw linkerkant al 71 jaar bij alles het voortouw. Je rechterkant is helemaal niet gewend om de baas te zijn. Je moet je mindset diametraal veranderen: voortaan bepaalt rechts wat er gebeurt.’
Ik schrik, en hoe, maar snap meteen: ze heeft gelijk.
Er zit niets anders op: ik moet verrechtsen!

 

Sindsdien probeer ik uit alle macht te verrechtsen.
Maar mijn brein moppert als ik loopoefeningen doe.
Het zet de Internationale in als ik ‘Move on’ opzet van Leonard Cohen.
Het lacht me vierkant uit als ik beloof: ‘ach werk nou even mee, dit is vast maar voor even, straks mag jij weer de scepter zwaaien, alles komt goed.’

 

31-1-2025

Linkerbeen blues

Eind november gaat mijn linkerbeen in staking.
Snerpend en onverbiddelijk.
Wat volgt is een herfstdip die zijn weerga niet kent en waarvoor ik nog geen woorden kan vinden.

 

Op 7 januari, de dag na de operatie, adviseert de fysiotherapeut in het ziekenhuis dat een rollator thuis handig zal zijn.
Ondertussen vult hij, op het verwijzingsformulier naar een collega in mijn woonplaats, bij doel in: patiënte verder mobiliseren.
Weer thuis breid ik dus mijn arsenaal aan hulpmiddelen uit.
Naast bed-beugels, een toiletstoel, wc-beugels, een looprek en een trippelstoel, huur ik er een rollator bij.
De rolstoel van kleinzoon Louk gebruik ik daarnaast ook al acht weken intensief.

 

Als ik een dag of acht weer thuis ben, stapt de collega fysiotherapeut, Joris, binnen, stelt zich voor en bestudeert kalmpjes mijn gehannes in de rolstoel en met de rest van mijn hulpmiddelenarsenaal.
‘Wat is je doel voor deze fysiotherapie sessies’ vraagt hij.
Nou ja zeg, de operatie is geslaagd, de stenose in een aantal wervels verwijderd dus nou als de wiedeweerga weer terug naar mijn oude status quo, logisch toch?
‘Dat is te vaag’, glimlacht Joris, ‘maak het wat specifieker.’
Nou gewoon, dat ik weer kan reizen en wandelen en sporten en mensen bezoeken en boodschappen doen in de winkels aan de overkant en in de tuin werken en zo?
Joris glimlacht ‘Wat minder en wat kleiner?’
O die glimlach van hem, tergend geheimzinnig, wat bedoelt hij toch?
Hij ziet mijn verwarring en vraagt: ‘Til eens vanuit zitstand om de beurt je knieën op?’
Oké dat kan ik wel.
Mijn rechterbeen schiet omhoog en is al bijna de deur uit, naar de winkels aan de overkant.
Mijn linkerbeen, tja, niet dat het weigert maar hoe ik ook mijn best doe, het komt hooguit tien centimeter van de grond.
Joris knikt en vraagt: ’Wanneer ben je geopereerd?’
Acht dagen geleden.
‘En hoe hoog kwam je linkerbeen vóór de operatie?’
Eh, vijf centimeter, met pijn en moeite, maar vooral met veel pijn.
Dan begrijp ik zijn boodschap en vraag aarzelend: ‘Zelf de trap op dan?’
En als hij zwijgt, bedel ik: ‘Of een rondje om de kerk?’
Denk daar vooral niet te veel van, de kerk staat voor mijn huis.
‘Of een boodschapje doen bij de winkels achter mijn huis, met behulp van de rollator?’
Eindelijk, hij knikt goedkeurend, kennelijk is dat haalbaar, op termijn.

 

Wat hij nog meer zegt waait langs me heen.
De beenoefeningen die ik dagelijks een paar keer moet doen, schrijft hij gelukkig voor me op, die zullen mijn dagen gaan vullen.

 

Ik durf niet meer te vragen hoe veel tijd het algehele herstel zal vergen en besluit om de gehuurde rollator maar weer in te leveren want huren kon nog wel eens een prijzige zaak worden: ik kan er beter een kopen.
Gewoon een goeie, een leuke, want waarschijnlijk is dat voorlopig mijn beste maatje.
Duidelijk is dat mijn linkerbeen, met al zijn grillen en (on)mogelijkheden, de regisseur zal zijn van mijn revalidatie.
Toch vernietig ik dat mooie masterplan van mijn brein en mijn rechterbeen niet.
Want juist op dat moment klinkt op de radio Crowded House:
‘Hey now hey now, don’t dream it’s over, there’s freedom within and there’s freedom without …’

 

Ik parkeer het gewoon.
Een tijdje.

 

20-1-2025

Leraar Louk

Op de laatste zaterdag van november stapt Louk de kamer in, kijkt rond tot hij mij ziet en ik hem.
We lachen elkaar toe: ‘Ha Louk’ en hij: ‘Oma!’

 

Ik zie hem kijken naar het bed in de heringerichte voorkamer, waarop ik plat lig.
Maar hij zegt niks, loopt naar de grote kast, pakt uit de onderste la zijn dierenplaatjes en puzzels en gaat op zijn vaste plek aan tafel zitten.

 

Papa zoekt op de laptop een filmpje van het molletje voor hem.
En verzamelt dan de was, de vuilniszakken en legt die vast in zijn auto.
Heb ik nog boodschappen?
Die heb ik, even overleggen we of het kan, Louk even alleen met mij nu ik niet voor hem kan zorgen.
Maar hij speelt rustig aan tafel en we besluiten dat het kan, de winkels zijn dichtbij en als er iets is, bel ik en kan hij snel weer hier zijn.

 

Als hij weg is, fluistert Louk: ‘Papa boodschappen doen, Louk bij oma.’
Vanaf mijn bed beaam ik dat: ‘Louk bij oma, oma op bed.’

 

Zwijgend legt hij leeuwen, olifanten, tijgers en koeien op hun plek op tafel.
Kijkt op en fluistert: ‘oma zitten’, reageert niet als ik zeg dat oma niet bij Louk kan zitten omdat mijn rug pijn doet en ik moet liggen.
Als hij weer fluistert ‘oma zitten’ zeg ik ‘oma zitten klaar.’
Dat snapt hij wèl.

 

Als hij weer naar me kijkt, zwaai ik naar hem.
Hij glimlacht en zwaait terug.
Even later pakt hij alle dierenplaatjes op, loopt naar me toe en kijkt.
‘Oma liggen op bed’ zeg ik en wijs op de bank naast het bed: ‘Louk op de rode bank bij oma?’
 Dat is een goed plan, hij installeert zich met zijn plaatjes op de bank naast het bed, noemt de namen van de dieren en ik herhaal wat hij zegt.
Zoals we dat ontelbaar vaak al deden.

 

Als hij klaar is met de plaatjes kijkt hij de kamer rond, pakt de nieuwe koe knuffel en gooit die naar me.
Ik reik uit maar net te laat, koe valt op de grond,
‘Oma pakken’ zegt Louk.
Ja natuurlijk. Automatisch reik ik naar de grond maar halverwege roept het mes in mijn rug me abrupt een halt toe en kreunend val ik terug in het kussen.
Louk kijkt naar me, pakt de knuffel van de grond en legt hem in mijn hand.
Zo gaat het wel en ik gooi hem terug.

 

Als papa met volle boodschappentassen de keuken instapt, treft hij ons, zoals zo vaak, knuffels overgooiend aan.
Omgaan met Louk is kijken wat wél kan.

 

18-1-2025

 

Antinovembermotie

Indieners: novembercritici

 

Antinovembermotie
Hierbij verzoeken wij de Tweede Kamer onderstaande motie aan te nemen en uit te voeren:
Het met onmiddellijke ingang en onherroepelijk afschaffen van de maand November door hem bij grensovergangen rücksichtslos aan te houden en toegang te weigeren.

 

Toelichting:
Al jaren gedraagt November zich als een onbetrouwbare tiran.
Vorig jaar beloofde hij, nadat wij hem herhaaldelijk aanspraken op zijn megalomane gedrag, om zijn lichtbeleid aan te passen.
In de eerste week van zijn huidige zittingsperiode leek hij die belofte waar te maken: hij vermomde zich als augustus en strooide met zonlicht.
Dat leidde tot zomers volle terrasjes en bloeiende paardenbloemen.
Ook wij tuinden hierin en genoten met volle teugen, blij dat hij onze kritiek op zijn functioneren ter harte had genomen.

 

Echter, niets bleek minder waar.
Aan het eind van zijn eerste week toonde hij gewoon weer zijn ware aard: hij verbande de zon onherroepelijk naar een plek achter de horizon en weigerde ’s morgens het licht aan te doen.
Dit veroorzaakte de gebruikelijke novemberellende zoals mist, onophoudelijke stortbuien, huilende bomen, immense overstromingen, enorme spitsfiles, kettingbotsingen.
De gevolgen waren desastreus: de donkere depressies van buiten drongen huizen, vergaderruimtes en kieslokalen binnen en veroorzaakten warrige woordenwisselingen, kwetsende discussies, vernietigende verkiezingsuitslagen, onheilspellende wetswijzigingen: allemaal bronnen voor een stormvloed aan wereldwijde crises.
De vermaning die anders nog wel eens helpt om meningsverschillen bij te sturen: ‘Doe eens normaal man’. werkte averechts want Novembers standaard reactie: ‘Doe zelf normaal man!’ fungeerde als olie op het vuur.

 

Weer verschool November zich achter zijn vaste smoes: ‘Ik zorg voor het afsterven van ongewenste aspecten en dat is nodig voor een nieuw begin en een beter leven.’
Onze actiegroep heeft deze visie de afgelopen dagen ontmaskerd als overbodige flauwekul.
Dit is onze visie:
December hanteert hetzelfde principe maar realiseert dat effectiever en efficiënter en begeleid door een veel sympathieker motto: ‘Vrede op aarde.’
In dat kader verwelkomt December eerst een per abuis dood gewaande gulle goedheiligman en een paar weken later een onschuldig kind in een kribbe met een trouwe fanclub van engelen en wijzen, uit welke windstreek dan ook.
Deze onweerstaanbare combinatie van marsepein en liefde stimuleert de zachte krachten in de mensheid: de enige pijlers voor een goede nieuwe start, voor vrede.
Deze onweerlegbare argumenten maken het onzes inziens noodzakelijk en uiterst urgent om het narcistische vehikel November per direct op te pakken en uit te zetten.

 

Nb, de opstellers van deze motie zijn geen depressieve najaarsneuroten!
Wij zijn een grote groep bezorgde burgers die, onder het motto: ‘so never mind the darkness, we still can find a way’ (uit ‘November rain’ van Guns and roses) wegen zoekt en vindt, die ons verlossen van de ellende die November heet.
Waarvan akte.

 

Steun deze motie!

 

 

 

25-11-2024

Het woord

Ogenschijnlijk luchtig zweefde je langs
diagnoses ontweek het woord spon
met ijle draden van dromen een web
van beter weten net zo ragfijn en
doorzichtig als je lichaam langzaam werd

 

Ik sprak het woord wel uit maar was
niet opgewassen tegen de pijn in je
ogen mijn vingers gleden over je huid
voelden hoe gaandeweg het woord zich
nestelde in je poriën en onverbiddelijk je

 

leven over nam zich tussen ons
wrong een onoverbrugbare kloof
creëerde die ons levenslange
samen spleet. Jij klampte je vast
aan wat was ik zag wat kwam

 

 

27-9-2024
Inspiratie: gedichtenwedstrijd POETICO 2024, thema:
‘Leven met elkaar. Hoe ga jij om met de verschillen tussen jou en de mensen om je heen?’

Straatje

Na de koffie haalt hij boodschappen voor de kennis die dat zelf even niet kan.
Geeft ze af bij haar, babbelt even, gaat weer op huis aan.
Pakt bezem, emmer en voegenkrabber en inspecteert zijn tuin.
Plassen, gevallen blad, nog steeds welig tierend onkruid.
Zuchtend zakt hij door zijn knieën, trekt onkruid los.
Komt kreunend overeind, veegt alles bijeen en vult de emmer.
Verzamelt langs de buitenrand van zijn tuin een bonte mix van blad, peuken en verdwaalde plastic verpakkingen.
Zo, zijn straatje is weer schoon.

 

Het helpt niks.
Als hij ’s avonds naar het nieuws kijkt, glijden weer tranen over zijn wangen.

 

18-11-2024

Nestgeur

’s Morgens in bed snuif ik je op, jouw slaaparoma
als je ons gapend wakker maakte, de ketel opzette
bij de gootsteen een kattenwasje deed, je gebit
in je mond frommelde, de ontbijttafel dekte.

 

Ik word je gewaar in het vleugje Vinolia rond
de appels afwegende vrouw op de groenteafdeling.
In het wolkje 4711 dat achterblijft als een late
bezoeker voor me langs schuifelt naar haar stoel.

 

’s Avonds als ik mijn ogen sluit ruikt mijn
huid zoals de jouwe rook bij je nachtkus op
mijn wang, een zoete zweem van woordloze
liefde zweet en Bros melkchocolade.

 

Tijd versmelt ons.

 

 

12-11-2024
Geïnspireerd door het thema van een schrijfwedstrijd: Moeder

Dreiging

Wachtend op mijn beurt zoek ik op mijn smartphone vast de barcode van mijn pakje en kijk wat rond.
Voor me in de rij staat een magere vrouw met een grauw doorgroefd gezicht, ik schat haar rond de veertig.
Ze vraagt naar de grootste verpakking zware shag.
Het meisje achter de toonbank draait zich om, opent het slot op de rookwarenkast en zoekt de juiste verpakking shag.
Mijn blik glijdt over de posters op de kast: een zwarte long, een afbrokkelend gebit en een grafsteen.
Onder elke foto in vette zwarte letters waarschuwingen: Roken brengt u en anderen rondom u ernstige schade toe. En: Roken is dodelijk.

 

Het winkelmeisje overhandigt de vrouw de shag, noemt een, in mijn ogen ontstellend hoog, bedrag en fluistert: ‘Hoe gaat het nou?’
‘Hij wil de voogdij en zegt dat als ie die niet krijgt, dat ie Robin gewoon mee neemt.’
‘Maar hij heeft toch een straatverbod?’
‘Ja, dat weet ik en dat weet jij maar dat houdt hem niet tegen en de politie komt pas als hij iets doet maar dan is hij natuurlijk allang weer pleiten. Met Robin.’
Hoestend rekent ze af.
Het winkelmeisje groet haar: ‘Nou dag, sterkte hoor en volhouden! Voor Robin!’
Ze knikt met een verkrampte glimlach: ‘Ja dankjewel’, draait zich om en ziet mij kijken naar de foto’s en de waarschuwingen aan de wand.
Als ze langs me loopt, mompelt ze nauwelijks hoorbaar: ‘Een mens moet toch wat? En ik wil best dood!’

 

10-11-2024

Herfst

Soms al eind augustus, dit jaar nadert
al november, is hij er: de ochtend dat ik de
gordijnen open en zie: het licht is

 

weg geschoven door de winterwolk, die
meesterdichter, angstenstichter, tijdvertrager
traanaanjager. Grijnzend nestelt hij zich

 

in huis, negeert mijn verzet, ik verdraag hem
volg het door de jaren vergaarde recept:

 

spons de ramen glanzend, wrijf ze op
tot het krimpende licht ongehinderd
binnen stroomt, verstil solitair, blijf bezig, beweeg  
buiten, bemin de daglichtlamp, verjaag de
donkerte met fruit, wat korrels, een antidip-dragee.

 

Tot de ochtend in januari, soms al eind
december dat ik de gordijnen open en opgelucht
opleef: het licht is weer aan.

 

 

bewerking van 30-9-2016

Vonk

Na een tweedaagse training in beleid en coördinatie vaardigheden rijden we terug.
Voldaan napratend, gezellige groep was het deze keer, veel lol tussen en na de programma onderdelen, ideeën opgedaan voor onze eigen organisatie.
Fijne en soms verrassende gesprekken met collega’s uit het land, boeiende vrouwen met elk haar eigen verhaal.

 

‘Zeg, die Annie vertelde dat ze smoorverliefd was, ik dacht dat ze een nieuwe vlam had maar toen ik vroeg op wie, zei ze op haar man, maar ze zijn al dertig jaar samen, belachelijk, dat kan toch niet, dan ben je toch niet meer smoorverliefd?’
Steun vragend kijkt ze opzij naar mij: ‘Dat is tegen die tijd toch allang voorbij? Bij ons wel hoor en bij jullie toch ook?’
Ik peins maar ben het niet met haar eens: ‘Nee, niet echt, die klik, die spanning van de eerste tijd, die sluimert nog steeds, wel meer op de achtergrond maar hij vlamt toch echt nog regelmatig op hoor!’
‘Zijn jullie nog net zo verliefd als in die eerste jaren? Daar geloof ik helemaal niks van.’
Mijn herinnering tovert meteen beelden tevoorschijn in mijn brein en ik grinnik: ‘O ècht wel.’
Ongelovig schudt ze haar hoofd: ‘Nee joh, daarvoor ken je mekaar toch veel te goed en al zo lang, daar zit geen greintje spanning of verrassing meer in, dat boek heb je echt wel uit na al die tijd.’
Ze zucht: ‘en dat is toch ook normaal? Na zoveel jaar? Ik geloof gewoon niet dat dat blijft.’
Ik begin over samen, over echte aandacht, over die vonk die de tijd overleeft.
Ze lacht me uit.

 

’s Avonds vertel ik over dit gesprek.
Eerst fronst hij zijn wenkbrauwen: ‘Wàt?’
Dan schuiven er peinsrimpels over zijn gezicht.
Ik heb geduld, nog even wachten.
En daar is hij: de blik die alleen ik ken.
Die warme, koesterende, ondeugende grijns.

 

Puberaal romantisch vond ze me.
Niet reëel.
Wereldvreemd.
Zo jammer dat ik geen woorden kon vinden voor onze vonk.
Woorden die ze begreep, herkende.

 

27-10-2024